Niveau pistes: oefenweide, groen, blauw, rood en zwart

Snowboarden doe je waarschijnlijk het grootste deel van de tijd op een geprepareerde piste in een skigebied. Door middel van verschillende kleuren wordt de moeilijkheidsgraad en het niveau van de pistes aangegeven. Zo zijn er groene, blauwe, rode en zwarte pistes. De kleur van de piste hangt af van verschillende factoren, waaronder de hellingsgraad van de afdaling.

Toch is het kleurensysteem voor de pistes een relatieve indicatie van de moeilijkheidsgraad van de pistes. Niet elk land gebruikt namelijk dezelfde normen bij het klasseren van de pistes. Zo lijken pistes in Frankrijk nog ‘rood’, terwijl ze in Oostenrijk al ‘zwart’ worden bestempeld. Hier wordt namelijk niet alleen rekening gehouden met de gemiddelde hellingsgraad, maar ook met de hoogste hellingsgraad, de breedte van de piste en de omgeving. Zo is een smalle piste op een richel (naast een steile val) gevaarlijker dan een brede steile piste naast een bos of andere deel van de berg. Uiteraard beïnvloeden het weer en de sneeuwcondities ook de moeilijkheidsgraad.

Naast de moeilijkheidsmarkering kennen pistes ook nummers en wegwijzers. Op deze wijze weet je bij een kruising welke kant je moet nemen. Wegwijzers geven meestal de naam van de afdaling, de moeilijkheidsgraad, de lengte, het nummer en de eindbestemming (liftstation, restaurant, hotel, dorp) aan. Vaak is er ook een pistekaart verkrijgbaar van het gebied, zodat je aan de hand van de kaart een route uit kunt stippelen.

Babypiste / oefenpiste / oefenweide: start voor beginners en kinderen

De babypiste of oefenweide is de gemakkelijkste sneeuwafdaling. De oefenpiste is geschikt voor beginnende snowboarders om de techniek onder de knie te krijgen. De babypiste is vaak zo’n 20 meter hoog en het hoogste punt is bereikbaar met een sleeplift. Vaak is dit een zogenaamd ‘babyliftje’, een sleeplift die speciaal is aangepast voor kleinere kinderen (ca. 5 tot 10 jaar). De helling op de oefenpiste is minimaal, zodat je gemakkelijk kan leren draaien, remmen en bochtjes maken.

Vaak nemen snowboard leraren beginnende snowboarders in de 2e of 3e les mee de oefenpiste op. Dit is ook het moment dat beginnende snowboarders de sleeplift leren te gebruiken. Vaak is het mogelijk ook halverwege de oefenpiste uit te stappen, zodat de afdaling minder steil is. De babypiste wordt ook wel ‘witte piste’ genoemd, doordat deze geen kleur markering heeft.

Groene piste: vlakke, brede pistes in Frankrijk voor beginners

Groene pistes zijn (na de babypiste) de gemakkelijkste pistes om op te snowboarden. De groene markering wordt uitsluitend in Frankrijk gebruikt. Hierdoor kan het niveau van de blauwe piste in Frankrijk iets hoger zijn dan in bijvoorbeeld Oostenrijk of Italië, waar geen groene pistes zijn. Groene pistes hebben vaak enkele korte hellingen, maar zijn over het algemeen redelijk vlak en breed. Dit maakt een groene piste uitermate geschikt voor beginnende snowboarders.

Vaak worden groene pistes gebruikt als doorgangsweg naar andere pistes. Groene pistes liggen dan ook meestal tussen dorpjes, zodat je tot aan de deur van je chalet of hotel kunt snowboarden. Sommige groene pistes worden aangeduid met een groen-gele markering. Dit duidt aan de er ook voetgangers over de piste kunnen lopen. Let dan dus extra goed op en houdt je aan de pisteregels!

Blauwe piste: goed voor beginners en licht gevorderde snowboarders

De blauwe piste is een gemakkelijke afdaling geschikt voor beginners en licht gevorderde snowboarders. Blauwe pistes hebben vaak vlakke en iets steilere stukken, maar zijn over het algemeen breed. Er wordt vaak gezegd dat de blauwe pistes in Frankrijk steiler zijn dan in Oostenrijk. Dit komt door het feit dat Frankrijk ook nog de groene piste kent, welke makkelijker is dan de blauwe piste.

Wanneer je net begint met snowboarden kan je het beste een skigebied te kiezen waar veel blauwe pistes zijn. Kijk dan ook naar de ligging van de blauwe pistes. Sommige skigebieden hebben namelijk blauwe pistes vanaf de top van de berg. Zo kun je ook als beginnende snowboarder lange afdalingen naar beneden maken. Stippel van te voren wel goed je route uit, zodat je niet onverwacht op steile rode pistes uitkomt.

Rode piste: steile en smalle pistes voor (licht) gevorderde snowboarders

Rode pistes hebben een steilere afdaling in vergelijking tot de groene en blauwe pistes. Dit zorgt ervoor dat rode pistes geschikt zijn voor (licht) gevorderde snowboarders. Ook zijn de afdalingen op een rode piste over het algemeen wat smaller. Je ziet de rode pistes vaak naast een richel (naast een steile val) of op hoger gelegen delen van de berg.

Voor beginners met weinig techniek is de piste nog te moeilijk om zonder kleerscheuren naar beneden te komen. Daarnaast kan een snowboarder die de techniek nog niet beheerst een gevaar zijn voor andere pistegebruikers. Toch zal je vaak een rode piste moeten gebruiken wanneer je in andere delen van het skigebied wilt komen. Als beginnende snowboarder kan je dan het beste naar beneden ‘rutschen’, zonder scherpe bochten te maken.

Zwarte piste: meest steile en moeilijke piste uitsluiten voor gevorderden

Een zwarte piste is de moeilijkste sneeuwafdaling in een skigebied. Dit maakt de piste uitsluitend geschikt voor zeer ervaren snowboarders. Zwarte pistes zijn meestal extreem steil en lastig te beheersen. De meeste skigebieden hebben slechts een enkele zwarte pistes. Het is ook altijd mogelijk de zwarte pistes te vermijden door bijvoorbeeld een rode piste te nemen. Hierdoor kun je nooit onverwacht op een zwarte piste komen te staan.

Voor wie zelfs de zwarte piste geen uitdaging meer is, kan ook off-piste gaan snowboarden. Zorg er dan altijd voor dat je genoeg voorzorgsmaatregelen bij hebt of met een goede gids op pad gaat. Buiten de piste is er namelijk veel meer kans op lawinegevaar door de losse sneeuw dan op geprepareerde pistes.

Tien pisteregels voor meer veiligheid op de piste

Ondanks dat snowboarden een sport is die je in je eentje uitvoert, moet je er rekening mee houden dat je de piste deelt met andere wintersporters. Om ongelukken en verwondingen te voorkomen en de algemene veiligheid op de piste te verbeteren, is het belangrijk dat je de pisteregels kent. De International Ski Federation (FIS) stelde in 1967 tien verkeersregels op voor het wintersporten (skiën, snowboarden en langlaufen) op de piste, die overal ter wereld gelden.

  1. Houd rekening met anderen
    Iedere wintersporter moet zich altijd zo gedragen dat anderen niet in gevaar komen of schade lijden.
  2. Beheers snelheid en snowboardstijl
    Iedere wintersporter moet zich qua snelheid aanpassen aan zijn eigen capaciteiten, de toestand van de piste en het weer.
  3. Kies een veilig spoor
    Wanneer een wintersporter een andere wintersporter van achteren nadert, moet hij zijn spoor zo kiezen, dat hij de ander niet belemmert of in gevaar brengt.
  4. Voorzichtig inhalen
    Inhalen mag aan alle kanten, mits op zodanige afstand dat degene die wordt ingehaald niet wordt belemmerd.
  5. Kijk uit bij oversteken in invoegen
    Een wintersporter die zich (weer) op de piste wil begeven of een piste wil kruisen, moet erop letten dat hij daarmee niet anderen of zichzelf in gevaar brengt. Dit geldt ook na iedere stop.
  6. Smalle passages vrijhouden
    Een wintersporter mag niet zonder noodzaak stilstaan op nauwe of onoverzichtelijke delen van een afdaling. Wie toch stopt moet zo snel mogelijk de weg vrijmaken en naar de kant gaan.
  7. Klimmen en lopen langs de kant van de piste
    Een wintersporter mag alleen langs de zijkant van de piste klimmen of lopen.
  8. Houd je aan de verkeersborden
    Iedere wintersporter moet zich aan de pistemarkeringen en waarschuwingstekens houden.
  9. Hulp verlenen bij ongelukken
    Bij ongelukken is iedereen verplicht hulp te bieden.
  10. Legitimatie verplicht
    Iedereen, getuige of betrokkene, verantwoordelijk of niet, moet bij ongevallen zijn identiteitsgegevens bekend maken.